Het Crusoe-gevoel van een zesjarige

Het Crusoe-gevoel van een zesjarige



In Een weekje weg horen we de gedachten van een zesjarig meisje dat vreest dat ze onzichtbaar is voor haar ouders en de proef op de som neemt door zich in het bos te verstoppen. Met zijn onwaarschijnlijke zegetocht langs zeventig festivals overtreft Olivier Ringer het succes van zijn eerste jeugdfilm Pom le poulain.

Tijdens een weekendje op het platteland kan Cathy alleen maar vaststellen dat haar ouders haar niet zien staan. Bij het vertrek stapt ze stiekem niet in de auto maar vlucht het lege huis in en vervolgens het bos. Als een echte Robinson Crusoe probeert ze te overleven. Ze bouwt een hut, proeft wormen en bessen, eet de enige vis die ze kan vangen niet op maar sluit er vriendschap mee. De intimiteit wordt versterkt
doordat we haar gedachten horen.
Zijn er ook festivals waar Een weekje weg niet in de prijzen viel?
Olivier Ringer:
Toch wel. (Lacht) De film deed om en bij de zeventig festivals aan. India, Canada, Europa: in alle uithoeken van de wereld zijn we in de prijzen gevallen. Onlangs nog kregen we van jeugdfilmexperts de prijs voor de beste Europese kinderfilm. Dat zo’n kleine productie zo’n parcours kan afleggen is een grote verrassing. En ze doet enorm deugd.
Waarmee maakt Een weekje weg volgens u het verschil?
Ringer:
We zitten in het hoofd van dat kleine meisje en behandelen problemen die kinderen vandaag herkennen. Hun ouders zitten vast in zo’n hels levensritme dat ze geen echte aandacht meer hebben voor hen. Ouders zorgen ervoor dat hun kind materieel niets tekortkomt maar hebben de tijd niet om stil te staan bij wat er in zijn hoofd omgaat.
De film spreekt kinderen aan omdat er niets buitengewoons gebeurt. Dat maakt de identificatie gemakkelijk. Je kunt de film op twee niveaus lezen. Voor kinderen is het een avontuur: een klein meisje verdwijnt en slaagt erin om heel alleen in het bos te overleven. Ouders hebben wellicht meer aan het pedagogische discours.
In een sprookje kan en mag uiteraard alles. Denkt u dat een zesjarig meisje in de realiteit een week in het bos overleeft?
Ringer:
Volgens mij is dat perfect mogelijk. In Amerika is er zo dagen gezocht naar een jongetje dat zijn verstopplek niet durfde verlaten uit schrik gestraft te worden. De film zou echt kunnen zijn, maar is een hedendaags, naturalistisch sprookje: alles wat Cathy in de natuur ontdekt, wat haar overkomt, is geloofwaardig.



Het stadskind van nu is het niet gewoon om zich vuil te maken en wormen te eten.
Ringer:
Zo is dat. We overbeschermen onze kinderen. Op TED Talks hoorde ik een pedagoog vurig pleiten om de kinderen messen en lucifers toe te stoppen. In een te veilige en te steriele omgeving zijn ze o zo afhankelijk van volwassen die hen voortdurend controleren. Zo leren ze niet om voor zichzelf te zorgen. We bedoelen het goed maar ontnemen onze kinderen voor een stuk de vrijheid die ze nodig hebben om zich te ontwikkelen.
Uit Nederland en Scandinavië komen regelmatig uitstekende jeugdfilms gewaaid. Blijft de Franstalige wereld achter?
Ringer:
In het hoge Noorden is er duidelijk veel meer aandacht voor live action-jeugdfilms. Nemen wij de jeugdfilm wel ernstig? In Hollywood heb je Disney en Pixar. En Europa gunt zijn kinderen daarnaast weinig alternatieven. Ik vind het onze plicht om kinderfilms te maken die ingebed zijn in onze cultuur en conform zijn met wat wij onze kinderen willen meegeven.

Een weekje weg
BE, FR, 2012, dir.: Olivier Ringer, act.: Wynona Ringer, 77 min.