Pieter De Buysser, de Brusselse filosoof en theaterauteur van onder meer Het litteken lip en An anthology of optimism, heeft zijn debuutroman geschreven. De keisnijders is niet zomaar een romannetje, maar een pil van meer dan vierhonderd helemaal volgeschreven bladzijden.
BOEK | De Keisnijders ●●
Pieter De Buysser, De Geus, 416 p., €22,50
De roman speelt zich af in de tweede helft van de 21e eeuw, op het braakliggende niemandsland waar ooit de Berlijnse Muur stond. Daar staat opnieuw een muur, maar dan één van een heel andere aard. Hij is gebouwd in de vorm van een ronde cirkel: een curieuze grote nul van drie meter hoog, het gat van de wereld, bron en eindpunt van alle verlangen. Dat uitgangspunt doet denken aan het toneelstuk Muur, dat De Buysser in 2010 maakte met Inne Goris en Dominique Pauwels voor het Kunstenfestivaldesarts op de terreinen van Thurn & Taxis. Als roman is De keisnijders een even groot enigma als die gemetste nul die op bepaalde groepen mensen een grote aantrekkingskracht uitoefent. Vier Vlaamse kinderen gaan kamperen bij de muur, die als een “laboratorium voor antropotechnieken” is gaan functioneren. Er worden even ambitieuze als ongeregelde verhalen verteld en ‘spelletjes’ gespeeld – zoals De Voorloper – waarbij de spelers elkaar moeten “voorbereiden op het beste”, of De Nakomer, waarbij de speler alleen dat mag zeggen waarvan hij wil “dat het altijd, vroeger, nu en later, door iedereen gehoord zou worden.”